Financiële positie

Financiële positie

We beginnen dit hoofdstuk met een overzicht van het saldo van deze programmabegroting. Dit lichten we vervolgens kort toe. Verder staan we stil bij de incidentele baten en lasten en ons structurele begrotingssaldo. Tenslotte geven we aan welke financiële uitgangspunten we hebben gehanteerd bij het opstellen van de begroting.

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving20172018201920202021
Bestaand beleid
Lasten280.559268.023274.366260.087249.643
Baten-277.304-267.730-275.684-259.783-249.267
Stortingen reserves8.7765.9215.7163.3072.394
Onttrekkingen reserves-13.863-7.731-6.003-4.502-3.871
Nieuw beleid1.7001.5951.7682.6371.725
3O-ontwikkelingen-791-59-307-1.979-900
Septembercirculaire851-35115215244
Saldo programmabegroting-72-17-29-17-32

Het saldo van de programmabegroting start op basis van bestaand beleid met een overschot van € 1.832.000 voor 2017. Voor de jaren erna starten we ook steeds met jaarlijkse overschotten: € 1,5 miljoen in 2018, € 1,6 miljoen in 2019 en € 0,9 miljoen in 2020. Deze overschotten zijn grotendeels veroorzaakt door meevallers uit de meicirculaire 2017. De bedragen sluiten aan bij de kadernota 2018-2021. Daarin hebben we het financiële beeld geschetst inclusief de effecten van de meicirculaire en de eerste financiële tussenrapportage 2017.

Conclusies uit de tabel

Het lopende begrotingsjaar 2017 sluit met een positief saldo van € 72.000. Bij de jaarrekening 2017 is het definitieve rekeningsaldo bekend en dan wordt het saldo bestemd. Het jaar 2018 heeft een positief saldo van € 17.000. De begrotingsjaren 2019 en 2020 zijn positief met een saldo van € 27.000 en € 17.000. Het jaar 2021 is structureel sluitend met een positief saldo van € 32.000.

Hiermee presenteren we alle jaren een sluitende begroting.

Financiële effecten programmabegroting 2017-2020

Nieuw beleid

Deze programmabegroting 2018-2021 gaat door op de koers die we vorig jaar bij de begroting hebben ingezet. Vorig jaar hebben we extra geld uitgetrokken voor een aantal belangrijke ambities.

Op het gebied van zorg hebben we vorig jaar geld vrijgemaakt voor de impuls van zorg naar welzijn. Voor het centrum storten we een extra budget in de reserve en werken we aan een kwaliteitsslag van de straten rondom het centrum. In het ruimtelijke domein hebben we extra geld beschikbaar gesteld voor ruimte voor duurzaamheid, bomenbeleid, waterveiligheid Maas en de voorbereiding van de Omgevingswet en nieuwe omgevingsvisie. Rondom het programma economie hebben we bij de vorige begroting een financiële bijdrage aan de Kracht van Oss en extra budget voor de ondersteuning van economische speerpunten begroot. Daarnaast hebben we voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed, de herbouw of vernieuwbouw voor de brandweerkazerne Oss en digitale dienstverlening budget beschikbaar gesteld.

In deze programmabegroting voegen we hieraan het volgende toe:

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten

- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten

bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

Hoofdthema: Omslag in zorg en welzijn, en ondersteuning voor wie dat nodig heeft

Transformatie Jeugdhulp

1.100

965

0

0

0

Psycholance vervoer

58

58

0

0

0

Basisteams Jeugd en Gezin en Sociale Teams

0

243

243

243

243

Complexe casuïstiek zorg en veiligheid

0

45

45

0

0

Gezondheidsbeleid

0

30

0

0

0

Wijkverpleegkundige

0

40

40

0

0

Preventie Jeugd en jeugdgroepen

0

45

45

0

0

Pilot Werk gaat voor zorg

0

80

80

0

0

Kwetsbare Jongeren

0

0

0

0

0

Sport voor mensen met een beperking

0

40

40

40

40

Onttrekking uit reserve Wonen, welzijn en zorg

0

-200

-170

0

0

Onttrekking uit algemene reserve

-1.158

-1.023

0

0

0

Hoofdthema: Centrumontsluiting/ openbaar gebied De Wal

Ontwikkeling stadscentrum

1.670

400

570

1.650

850

Hoofdthema: Voorzieningen in wijken en dorpen

Voorziening ontmoeten NOK

0

300

0

0

0

Onttrekking uit reserve IVB

0

-300

0

0

0

Kwijtschelden deel bezuiniging cultuurorganisatie

30

30

30

30

30

Aanleg Cruijffcourt

0

0

14

14

14

Evenementen coördinator

0

54

54

54

0

Hoofdthema: Duurzaamheid en aandacht voor ons buitengebied

Extra formatie transitie energie

0

150

150

150

150

Duurzaamheidsplein

0

0

0

0

0

Versnelling verduurzaming openbare ruimte

0

38

38

38

0

Projecten routekaart Groen, blauw en natuur

0

0

12

12

12

Hoofdthema: Stimulering economie en werkgelegenheid

Gebiedsmarketing en promotie

0

70

70

70

70

Impulsbudget centrum markten

0

20

20

20

0

Nota internationaliseringsbeleid

0

16

16

16

16

Hoofdthema: De basis versterken

Aanpak ondermijnende georganiseerde criminaliteit

0

85

85

85

85

Verhogen opkomst verkiezingen

0

100

14

14

14

E-dienstverlening

0

200

190

70

70

Startkosten ICT samenwerking BLOU

0

90

115

65

65

Coördinatie/programmamanagement voorzieningen

0

85

85

85

85

Coördinatie/programmamanagement duurzaamheid

0

85

85

85

85

Besparing in de organisatie

0

-170

-170

-170

-170

Overige posten nieuw beleid

Alard van Herpenplein

0

0

24

24

23

Uitbreiding woonwagenstandplaatsen

0

0

35

34

34

Reddingsbrigade Oss

0

10

10

10

10

Kermissen in de kernen

0

10

0

0

0

Totaal

1.700

1.595

1.768

2.637

1.725

Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting lichten we het nieuwe beleid toe (onderdeel 6).

3O-ontwikkelingen

Samengevat geven de 3O-ontwikkelingen het volgende beeld:

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

Huishoudelijke hulp

-200

0

0

0

0

Wmo 2015

-673

0

0

0

0

Regio Taxi

0

-100

-100

-100

-100

Nadeel uitvoering Jeugdzorg

0

1.900

0

0

0

Onttrekking algemene reserve jeugdzorg

0

-1.900

0

0

0

Leerlingenvervoer

-150

-150

-150

-150

-150

Bijzondere bijstand en minimabeleid

130

130

130

130

130

Storting reserve onderwijshuisvesting

238

0

0

0

0

Hogere kosten bijstand (BUIG)

700

0

0

0

0

Investeringen onderwijs

0

0

-90

-517

7

Lagere kosten loonkostensubsidie

-525

-200

0

0

0

Investeringen ontmoeten en sport

0

-28

-137

31

64

Investeringen veiligheid

0

0

-248

3

3

Snoeien en onderhoud Bomen

40

354

354

283

283

Omgevingsdienst Brabant Noord

-150

0

0

0

0

Aankoop gebouw voormalig Belastingkantoor

7

71

71

71

70

Beheerplan Rollend Materieel

-85

-139

-99

-56

-63

Aanpassing BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen)

0

80

70

10

10

Beveiliging automatiseringssystemen

60

60

60

60

60

Kosten samenwerking ict BLOU

90

0

0

0

0

Verhogen kwaliteit uitvoering verkiezingen en basisregistratie personen

0

60

60

60

60

Lagere rentekosten

-500

-250

0

-450

-400

Inflatie OZB opbrengsten

0

-351

-351

-351

-351

Afrekening algemene uitkering 2016

-769

0

0

0

0

Verhoging deelnemersbijdrage BSOB

33

67

67

67

67

Vrijval stelpost groot onderhoud

0

0

0

-1.150

-900

Terugdraaien onttrekking algemene reserve in 2017

1.717

0

0

0

0

Overige 3O-ontwikkelingen

-454

336

56

81

311

Totaal 3O-ontwikkelingen

-791

-59

-307

-1.979

-900

Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting benoemen we alle 3O-ontwikkelingen en lichten we deze toe (onderdeel 7).

Septembercirculaire

De septembercirculaire 2017 van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor de meeste jaren negatief. In 2017 hebben we een nadeel van € 851.000, in 2018 een klein voordeel van € 35.000 en tussen 2019 en 2021 loopt het nadeel op van € 115.000 tot € 244.000.

In 2017 wordt het nadeel vooral veroorzaakt door lagere accressen (lagere rijksuitgaven). Door de beleidsarme circulaire zien we dat het effect op de accressen de jaren erna zeer beperkt is. Doordat we voor aantal toekomstige kosten wel middelen moeten reserveren, zien we dat het effect van de septembercirculaire per saldo negatief is. Wat het toekomstig effect is van een nieuw landelijk regeerakkoord is op dit moment niet te overzien.

Structureel saldo programmabegroting

Om een goed oordeel te kunnen vormen over de begroting is het van belang om het saldo te corrigeren met incidentele baten en lasten. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht.

In de volgende tabel berekenen we het structurele saldo van de programmabegroting.

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

Saldo programmabegroting 2018-2021

-72

-17

-29

-17

-32

Structureel saldo programmabegroting

-1.810

-1.856

-1.279

-1.779

-882

De conclusie hieruit is dat de begroting in alle jaren structureel sluitend is.

Het saldo van incidentele baten en lasten wordt vooral veroorzaakt door grote, incidentele investeringen die opgenomen zijn voor het stadscentrum, waterveiligheid Maas en de invoering van de nieuwe Omgevingswet.

In bijlage 2 staat een specificatie van de incidentele baten en lasten.

Financiële uitgangspunten

In het coalitieakkoord ‘Durven door te doen’ is gekozen voor een solide financieel beleid met sluitende meerjarenbegrotingen. Er is gekozen voor stabiliteit. Wel willen we kansen benutten als deze zich voordoen. We vermijden extra bezuinigingen zoveel mogelijk.

De begroting 2018 en de meerjarenramingen 2019-2021 hebben we conform de kadernota 2018 opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten:

  1. Het uitgangspunt is en blijft een structureel sluitende begroting. Dat wil zeggen dat de jaarlijks terugkerende uitgaven en de jaarlijks terugkerende inkomsten in evenwicht zijn. Tussentijdse beperkte, niet structurele, tekorten zijn aanvaardbaar als we deze uit reserves kunnen afdekken.
  2. We voeren een beleid dat financiële risico’s beperkt. In de jaarrekening dekken we, conform bestaand beleid, concrete risico’s af met voorzieningen.
  3. Landelijke bezuinigingen op beleidsvelden vertalen we in principe door naar de eigen beleidsvelden en budgetten (voor zover dat mogelijk en maatschappelijk verantwoord is).
  4. We gaan terughoudend om met het toekennen van prijscompensatie. We kennen geen prijscompensatie toe, tenzij er (contractuele) afspraken zijn. Dat verwerken we in de eerste financiële tussenrapportage en de programmabegroting. Daarvoor hebben we op basis van de circulaires over de algemene uitkering een stelpost in de begroting opgenomen. Deze stelpost is daarnaast bedoeld om loonkostenstijgingen op te kunnen vangen. Voor de berekening van de hoogte van de stelpost gaan we uit van de cijfers van het Centraal Planbureau. Zij verwachten voor 2018 een stijging van 1,6% voor overheidsuitgaven en 2,4% voor loonontwikkeling.  
  5. Voor subsidies verhogen we de bedragen alleen met een compensatie van loonstijging op basis van de specifieke CAO-ontwikkeling per sector. Dat betekent dat we niet-professionele instellingen aan de nullijn houden.
  6. Voor de OZB kiezen we voor een jaarlijkse inflatieverhoging. We verwachten voor 2018 een gemiddelde inflatie van 2%. Hiervoor gebruiken we de inflatiecijfers van het Centraal Planbureau die specifieke gericht zijn op de kostenontwikkeling van gemeenten, namelijk prijsontwikkeling overheidsconsumptie netto materieel en beloning werknemers.
  7. Voor de tarieven van rioolheffing en afvalstoffenheffing gaan we uit van 100% kostendekkendheid.
  8. De rekenrente stellen we in principe vast op 2%. Op basis van landelijke verslagleggingsvoorschriften voor onze begroting en verantwoording (BBV) gebruiken we voor de grondexploitaties een lager percentage. Het percentage moeten we koppelen aan het gewogen gemiddelde van de werkelijk betaalde externe rente. Voor ons is dit ongeveer 1,5%.
  9. In bijlage 5 hebben we een overzicht van de geraamde toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves opgenomen. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met deze programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.
  10. De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hebben we gebaseerd op de septembercirculaire 2017.
  11. In programma 10 hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Deze post is bedoeld om incidentele tegenvallers op te vangen. Het college besluit over de inzet van deze post. Daarbij geldt de voorwaarde dat inzet past binnen de criteria: onuitstelbaar, onvermijdbaar en onvoorzienbaar. De verantwoording hierover nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten met vaststelling door de gemeenteraad. Over afzonderlijke voorstellen informeren we de raad via de commissies.